Het paradijs bestaat wél

De beste dag om weg te dromen is die waarop het midden-winter is, buiten sneeuw ligt en het weerbericht voor komende nacht -10 voorspelt.

Je doet je ogen dicht en ziet iets met wit zand, turquoise zee en wuivende palmbomen. Het is je eigen dagdroom, dus je mag het zo cliché maken als je zelf wilt. Gooi er desnoods nog een prins(es) tegen aan (zonder wit paard, want daar heb je op een eilandje niet zoveel aan).

Ik droom er natuurlijk veel thee bij, het liefs aan een tafeltje op het strand met uitzicht op de zonsondergang en ’s avonds overheerlijke curry’s gemaakt door een vriendelijke kok uit Sri Lanka met schone handen. Als je je ogen weer opendoet en je ziet nog steeds hetzelfde, dan zit je waarschijnlijk op de Malediven, na een hele lange reis.

Je moet er wat voor over hebben, maar onze lange reis was het waard. Eerst met de trein naar Amsterdam en met het vliegtuig naar Moskou waar we een té lange tussenstop hadden op een té saai vliegveld. Daarna verder naar het vliegveldeiland van de Malediven, overstappen op een lijnvlucht naar het eiland Maamigili, toen met een speedboot naar Dhigurah en in een pick-up naar het hotel. Zand in de lobby, een kokosnoot met een rietje en alleen maar lachende gezichten. We hadden geen prijs in de loterij gewonnen, maar zo voelde het wel. Het was een gloednieuw hotel dat gasten en waarderingen wilde trekken. De prijs was daarom bizar laag en de service zoeter dan ik ooit had meegemaakt.

Op het bed lagen bloemetjes, op de kamerdeur stonden onze namen, de moderne, luxe badkamer was dakloos, er stonden bekers met onze namen en er lag een mobieltje dat we op het eiland konden gebruiken, voor als er iets aan de hand zou zijn. Gewoon hard roepen zou waarschijnlijk makkelijker zijn: in de hoofdstraat kon je van de ene naar de andere kant van het eiland kijken.

We doken en snorkelden en maakten boottochten naar onbewoonde eilandjes, die eigenlijk niet meer waren een dan een strook zand dat boven water uitstak. We zwommen tussen reuzenmanta’s, aten barracudacurry en kregen aan het eind van elke dag, aan een tafeltje dat ze er speciaal voor ons neerzetten, thee met koekjes op het strand. De zon ging onder terwijl ik naast mijn droomman onder de palmboom naar de zee staarde.

En als ik door het fotoboek van de Malediven blader, dan kan de kachel een tandje lager, ondanks alle sneeuw. Het paradijs zit dan even in mijn hoofd.

PS: het paradijs bestaat natuurlijk alleen voor de tijdelijke toerist, als je er woont is het gewoon een land met ups en downs.