Ik ben niet gek, ik ben een hostel

Een boom is een boom en als iemand iets een boom noemt, dan moet hij niet ineens met een whisky aankomen. Een echt hostel heeft bagagelockers, een keukentje voor de gasten en gratis internet. Die verwachting had ik en zo werd ik in het Generator Hostel teleurgesteld. Geen knusse balie in een hoekje achter de trap waar een ongeschoren wereldreiziger met geldnood uit Bolivia of Nieuw-Zeeland je een versleten handdoek geeft. De enorme entree en strakke balie waar wel vier medewerkers achter passen, maar waarvan er altijd maar één de gasten te woord staat, moeten verdoezelen dat de verdiepingen met de kamers door Stalin geïnspireerd zijn. De bedden zijn prima, maar de ramen klein (en acht slapende mensen in één kamer stinken enorm!) en er zijn 12 douches per 224 gasten! Dat is 0,0535 douche per zwetend lijf! Ik heb niks tegen gedeelde douches. Als ze elke dag worden schoongemaakt en er komt warm water uit, dan wil ik best over die schaamharen op ooghoogte heen kijken. Maar 0,0535 douche op een andere verdieping… Ik moet voor mijn nachtplas verder lopen dan op de gemiddelde camping. Voor de ochtendplas ook, maar dat voelt minder ver. Eénderde van mijn weekend besteed ik aan lopen door het hostel.

Dat doen de Polen beter èn goedkoper. Als Dublin niet zo inspirerend was, zou ik de volgende keer weer naar het Oostblok gaan. Maar de ware levenskunst is natuurlijk gewoon de verwachting bijstellen. Bij mijn volgende hostelverblijf, zij het Sevilla, zij het Skopje, verwacht ik gewoon een doos. Of een tramhalte gesponsord door de EU. Of alle drie. Dan kan het niet tegenvallen.

Geluk hangt niet af van de werkelijkheid, maar van hoe je die werkelijkheid waarneemt.