Dingen die alleen achteraf interessant zijn

Ik heb een lange to-do-lijst op mijn eerste dag in de culturele hoofdstad van 2011:

Een betonnen gedrocht aan zee, gebouwd voor de Olympische Spelen van 1980. Nog meer beton in de vorm van een obelisk: een oorlogsmonument uit 1960. Even verderop staan achter in een museumtuin achteloos een paar communistische beelden in wind en regen weg te kwijnen. De toeristen, de eerste die ik zie deze reis, interesseert het niet. Zij lopen door het middeleeuwse centrum van Tallinn. Langs souvenirwinkels met koelkastmagneten, gebreide wanten en luciferdoosjes met afbeeldingen van Marilyn Monroe en Bin Laden. Ze slenteren over de kinderkopjes langs cafés en kerken en laten het bezettingsmuseum links liggen. Het museum waar ik lees dat de tijd onder de Russen erger en gruwelijker was dan onder de Duitsers. Koffers staan langs de wand van de mensen die werden gedeporteerd naar Siberië.

Het blijft me fascineren, het sprookje van communisme, de propaganda, de dictatorverering, de wagens vol juichende mensen en rode vlaggen met ‘graan voor de staat’. Ik eet zelfs vrijwillig in een Kohvik die sinds 1980 niet meer veranderd is. Ik lach als ze me van de 50 gerechten op de kaart de 5 aanwijzen die ze ook daadwerkelijk hebben. Ik geniet van mijn gekookte aardappels met kool. Want alleen achteraf, vanuit vrijheid bezien, is het communisme fascinerend.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *