De sloppenkant

Elke stad ziet er hetzelfde uit: McDonald’s, KFC en een Jollibee in de hoofdstraten. Een grote SM-Mall aan de rand van de stad. Straten vol bonte Jeepneys en tricycles met religieuze teksten, stenen gebouwtjes die nog nooit of al jaren geen verf meer hebben gezien, af en toe een ‘iglesio ni christo’-kerk als een perfect ingekleurde Disneykleurplaat, luchten gevuld met elektriciteitskabels, raamkozijnen vol gaas met tralies ervoor, minirestaurantjes, oude vrouwtjes die op de stoeprand vanaf een tafeltje losse sigaretten en zuurtjes verkopen, bonte reclamedoeken, vijf telefoonwinkels naast elkaar, LOAD NA DITO (beltegoed hier te koop), stalletjes die alles frituren van kippendarmen tot bananen, buy one take one (hamburgers en hotdogs waar je er twee krijgt voor het geld van een).

Langs de rivier bevinden zich de sloppenwijken met van zeildoek, hout en golfplaten bij elkaar geraapte huisjes en het afval op de oever. Kleine mensen met een licht tot donkerbruine huid. Sommigen herinneren je aan Chinezen, anderen aan Indonesiërs, weer anderen zijn donkerder met een grote platte neus. Veel handdoekjes in de kraag om het zweet op te vangen, verpleegsters in wit uniform inclusief witte panty’s en witte schoentjes, scholieren in uniform, tricyclebestuurders met een omgekeerde jas over hun armen en een driehoekig gevouwen doekje voor hun mond.

Geen enkele wijk heeft zijn ooit zijn beste tijd gehad. Rommel, kapot, nooit heel geweest. Soms lijkt het of de Filipijnen één grote sloppenwijk zijn.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *