Verrückt (Auschwitz)

Ondanks de zon hangt er een waas over het terrein, achter het hek, het prikkeldraad en de tekst Arbeid macht frei. Ooit liepen hier de bijna-lijken. Tot vee gemaakte mensen, omdat iemand bedacht dat zij anders waren. Ik loop langs houten bordjes met doodshoofden, als vrij mens, in de prille ochtendzon, op een dagje uit.

In deze vrijheid is niet te begrijpen waar ‘mensen’ toen toe in staat waren. In een barak zien we zwart-witte filmbeelden van uitgemergelde gezichten. Verhalen over martelingen. Als ik uit een van de raampjes kijk, zie ik niet het zand en de stenen van het pad, maar ik zie twee mensen. Een man in uniform die schopt. En schopt. En schopt. Tegen de vrouw die halfdood op de grond ligt.

Ik huil. En daar schaam ik me voor, want ik ben de enige. Geen vochtige ogen waarbij je nog iets kan wegslikken, maar schokkende schouders. Ik heb de mens nooit begrepen, niet die van 70 jaar terug, niet die uit mijn jeugd en niet die van nu. Als er ergens een plek is, waar huilen normaal zou moeten zijn, dan is het wel hier. En toch ben ik de uitzondering.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *