Dat was een beetje dom

Het woord pannenkoek schijnt tegenwoordig een scheldwoord te zijn. Dat klinkt in eerste instantie vriendelijk, tot je het te vaak gebruikt en het alsnog een hard oordeel wordt. Hoewel ik liever pannenkoek wordt genoemd, dan iets anders. De meeste mensen hebben positieve associaties bij het woord. Net als ik. Bij het woord pannenkoek denk ik aan lekker, Nutella, reizen en kotsen.

Het was in Zuid-Italië, bij de teen. We zaten met zijn vieren op een opblaasbaar motorbootje en kletsten met volle snelheid over de zee. Tot zover was er nog niks aan de hand. Bij de duikplek aangekomen hees ik me in mijn pak terwijl we willoos dobberden op de golven en toen ging het mis. Mijn maag houdt niet van willoze bewegingen. We voeren terug, maar het leed was al te groot. Ik gooide mezelf zover mogelijk over de rubberen rand in de hoop de boot niet te bevuilen met mijn kots. Hoe veel ik ook spuugde, het hielp niet tegen de misselijkheid. Mijn maag kolkte en het maagzuur brandde overal. Als een vuile vaatdoek hing ik tegen de rand aan, zonder te kunnen genieten van de kustlijn, het diepblauwe water en de zon. Ik vroeg de duikinstructeur me over Thailand te vertellen, waar hij ook werkt, om me af te leiden.

‘Het is daar zo mooi onderwater. En warm. Je kan zandengelen maken als je op het strand gaat liggen. Het ontbijt is ook goed, je kan er heerlijke pannenkoekjes eten!’

Hij was heel vriendelijk. Maar wel een beetje een pannenkoek.

(Blog geschreven naar aanleiding van de Nationale Pannenkoekdag.)

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *