De accountant en de Chinees

Niet alleen Gods wegen zijn ondoorgrondelijk, ook de mens is niet te begrijpen. Bij het woord ‘privacy’ denkt niemand aan vertrouwen, maar juist aan het gebrek aan privacy. Ik denk aan China.

Iemand vertelde mij dat er in het Mandarijn geen woord bestaat voor privé. Of dat klopt weet ik niet, maar je kan het je voorstellen, want een Chinees zie je nooit alleen. Ooit liep ik over het eiland Hainan waar ze beweerden het langste zandstrand ter wereld te hebben (‘langer dan op Hawaï!’) Een heleboel toeristen zaten en lagen op een paar meter strand naast de pier. De rest was leeg, alsof er een onzichtbaar hek stond waar de Chinees niet overheen mocht. Ook in natuurparken lopen ze niet verder dan een paar meter van de bushalte en ligt de rest van het bos of de berg er verlaten bij.

Geheimen bestaan er niet. Ik woonde in een plaats met twee miljoen inwoners die ze zelf een dorp noemden. Qua roddelniveau was het dat ook. Op onze school, met 5000 leerlingen en een paar honderd leraren, wist iedereen precies wat de buitenlanders deden en wanneer.

Als je op een markt bent, of eigenlijk op iedere andere willekeurige plek in China, en de handelsgeest van de Chinezen ziet, kan je je niet voorstellen dat ze communistisch zijn, maar dat maken ze ruimschoots goed met hun straatcamera’s, hun leger aan internetagenten en de goede ouwe kliktechniek. In elke klas is een klassenoudste en geen enkele leraar kan ongemerkt en ongestraft te laat komen. De partij weet alles.

Dat wat ze bestrijden werken ze er juist mee in de hand: leugens en geheime boekenkasten. Toch houden de accountant en de Chinees nog steeds vast aan hun oude leidraad: Vertrouwen is goed, controle is beter.

(Blog naar aanleiding van de Dag van de Privacy op 28 januari.)

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *