Ongebaande paden

Wie Macedonië opzoekt in de atlas ziet een zwarte vlek met twee rode puntjes: de hoofdstad en het grote meer van Ohrid. De rest, die niet bestaat, is juist zo leuk, omdát die niet bestaat.

In de eerste zwarte stad, Bitola, zijn wel een paar hotels, maar rugzakken en hostels zijn er onbekend. Dus logeren we noodgedwongen in de hoofdstraat in een kamer met airco, tussen spierwitte muren, onder een designlamp. En we fotograferen de badkamer, want het leukste van landen die niet rijk genoeg zijn om zich druk te maken over dode walvissen, is de tegenstelling tussen oud en nieuw, tussen modern en ouderwets, tussen luxe en net niet. De badkamer is voorzien van een cabine met bubbelbad, ingebouwde radio en douchestralen van alle kanten. Maar de douche-stang is afgebroken en er komt bijna nergens water uit, behalve uit de afdichting waardoor even later de badkamer blank staat.

Bij de opgraving zijn nog een paar andere toeristen, maar op het bergpad in het wereldberoemde natuurpark zijn we de enigen. De paden naast de steile hellingen zijn vaak niet meer als pad te herkennen. Het is mistig en het uitzicht ontbreekt, maar we zijn de enigen.

De VVV bestaat niet meer, de markt is vies, het brood niet lekker en de avonden koud. Maar we eten voor een paar euro heerlijk vlees op een dun kleedje dat op nepgras moet lijken en bij gebrek aan bezienswaardigheden zitten we urenlang op een terras met taart. Zwarte vakanties kunnen heel licht zijn.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *