Leve de revolutie!

Veel te vroeg word ik op deze 47e verjaardag van de revolutie gewekt door luide muziek, luide TV, luid schreeuwende kinderen en luid rammelende pannen. Ik hoor graag salsamuziek, maar kan het nu al niet meer horen. Tijdens het ontbijt met verse banaan, ananas en papaja horen we van twee Zwitsers hoe het hier zit met auto’s: exemplaren van voor de revolutie mag je zo kopen. Je krijgt er dan alleen wat mechanische probleempjes bij. Auto’s van na de revolutie zijn beter, maar vanwege de bureaucratie bijna onmogelijk te kopen. Wat een slimme zet van meneer Castro. Want die oude auto’s helpen leuk mee Cuba te onderscheiden van andere Caribische eilanden en veel meer inkomsten dan uit toerisme heeft Cuba niet.

De winkels zijn behoorlijk leeg. Dit is het enige land waar ik zag dat alle toeristen foto’s maken van de ondergedecoreerde etalages waar maar een paar dingetjes in staan. In Cuba lijkt het doel van een etalage te zijn, mensen ertoe te bewegen niet de winkel binnen te gaan. Ook is er woningnood, wat leidt wel tot grotere vindingrijkheid bij onze Cubaanse kameraden. Dankzij de hoge plafonds in veel oude koloniale gebouwen kunnen er raamloze tussenverdiepinkjes gemaakt worden, waar een gezin kan wonen. Ook zagen we een kameraad die een houten vlot achter twee ossen had gebonden en zich daarop voort liet trekken over de weg. Communisme haalt het beste in de mens naar boven.

Het gaat geweldig met Cuba, volgens de grote houten borden langs de kant van de weg.

We gaan goed,” lees ik naast een geschilderd portret van meneer Castro. Natuurlijk gaat het goed met Cuba. Het is tenslotte één van de weinige landen ter wereld waar het volk aan de macht is. En het volk heet Fidel Castro, is 79 jaar en heeft, kort nadat hij aan de macht kwam, toen hij de Russen wat aardiger begon te vinden dan de Amerikanen, achteraf besloten altijd al Marxist geweest te zijn. In het grote Museum van de Revolutie in Havana (in het voormalige presidentiële paleis waar ook Batista gewoond heeft, waar zelfs nog een deuropening achter glas zit, omdat Batista misschien ooit door die deur gevlucht is) leren we, hoe lang en zwaar de strijd was. Hoe moedig Castro, Cienfuegos en Ernesto Guevara waren. En hoe fotogeniek de laatste is. Deze import Cubaan, want Argentijn, staat beter bekend als ‘Che’. Dat vrij vertaald uit het Argentijns ‘hé’ betekent. Che is overal. Ik heb op de grote houten borden meer afbeeldingen van Che gezien dan van Fidel. ‘Jouw voorbeeld leeft voort.’ Che staat op T-shirts, er hangen overal Che T-shirts en ik zie veel T-shirts met Che erop. Afgezien van ansichtkaarten, pennenhouders en asbakken. Che is beter voor de economie, dan de door Castro uitgedachte CUC; de toeristendollar. Een truc die in elk ander land tot een enorme tweedeling onder de bevolking zou leiden. (Zij met CUC, die meer koopkracht hebben en ook meer kunnen kopen, omdat in CUC-winkels het assortiment groter is.). Maar dankzij het socialisme is in Cuba iedereen gelijk. Na de revolutie zijn onderwijs en scholing veel beter geworden. Er is dan echt ook nauwelijks analfabetisme op Cuba. Werkomstandigheden zijn verbeterd en bedrijven geannexeerd door de staat.

Ook veel buitenlanders beginnen te ontdekken hoe geweldig Cuba is. Met name oudere blanke mannen beginnen dit te ontdekken. Velen zoeken een Cubaanse vrouw uit en doen of ze er verliefd op zijn. Zij zoeken met name hele jonge vrouwen uit, in de hoop dat die hun trucje niet in de gaten hebben. En dit allemaal om een Cubaanse verblijfsvergunning te bemachtigen. (Voor de sceptische lezers onder u, die denken dat dit misschien andersom is: Dat is niet zo. Voor u die denkt dat de meisjes voor geld met de mannen omgaan: ik moet u terechtwijzen. Prostitutie bestaat niet in Cuba. Bovendien is er in Cuba geen toerist, zelfs de mannen niet, die hun geschlachtsdeel achterna loopt. Iedereen loopt hier zijn Lonely Planet achterna.)

Ik vind Cuba ook geweldig, net als de oude auto’s. Op een dag worden we met een mega zwarte Chrysler uit ’56 naar het busstation gebracht. Trots laat de chauffeur ons zien hoe de stoelen elektrisch verstelbaar zijn. Onderweg in een bocht vliegt mijn deur open en die moet ik de rest van de rit vasthouden.

Alles hier werkt met gebruiksaanwijzing. Als je warm water wilt moet je je gastgezin vragen de hoofdkraan open te draaien. Als je moet plassen, kun je niet doortrekken, want dan is er geen water meer in de douche. Als je warm wilt douchen, moet je (met je droge hand!) tussen de 15 en 50 keer tegen de elektrische douchekop aan tikken totdat alle, met verschillende plakbandjes aan elkaar geplakte stukjes elektriciteitsdraad met elkaar contact maken. Zodra je merkt dat het licht minder fel wordt, zal je straaltje warm worden. Vergeet niet door te trekken na het douchen.

Toch schijnt er af en toe iets mis te gaan in Cuba leer ik in het museum. Ze hebben er wel eens last gehad van planten- en dierziektes. Het ergste hiervan is dat die veroorzaakt zijn door bacteriën die de CIA het land heeft binnengesmokkeld. Geen wonder dat Bush zo impopulair is hier. Geen wonder dat we verschillende afbeeldingen van Bush met Hitlersnor hebben gezien.

Salsa is het leven

Salsa is overal in Cuba. De muziek komt je tegemoet, ergens uit een woning, live in zelfs de kleinste barretjes (altijd zo luid, dat je je eten niet meer kan proeven vanwege het lawaai), op straat. Salsa is overal. Net als Nederlandse bussen (met oude bestemmingen en oude nummerplaten er nog op), vervallen gebouwen (van voor de revolutie), standbeelden van Cubaanse helden (het enige in Cuba dat van na de revolutie is). Cuba is verval. Cuba is revolutie. Cuba is salsa.

Met een adres in de hand gaan we in Havana op zoek naar een goede dansleraar. In een smal straatje in het oude centrum stoppen we voor een onuitnodigende opening in een muur. Er wacht ons een vieze, donkere, naar urine stinkende hal met liften van voor de revolutie. We lopen over vuile trappen naar de 4e verdieping en kloppen op een deur. Een vierkante ruimte met bed, gootsteen, twee kasten, een TV en een radio. We maken een afspraak met de graatmagere Cubaan.

Die avond komt de muziek ons al tegemoet. Een grote, blanke, stevige man met grijs baardje staat er met twee zwarte Cubaanse tegelijk te oefenen. Het is warm in de kleine kamer en dat is ook af te zien aan de zweetplekken in het T-shirt van de dansende man. Zijn zwarte sokken heeft hij tot bijna onder zijn knieën opgetrokken. Zijn T-shirt in zijn ¾ broek, die met een touw op zijn dikke buik is vastgeknoopt. Wij worden in een hoek naast het aanrecht geparkeerd voor onze eerste les.

Anderhalf uur zweten we voort. Met stap één tot en met vier.

‘Salsa is life.

Christian beweegt teveel met zijn heupen en ik te weinig. We krijgen het ritme niet echt te pakken samen. Christian oefent verder met de leraar.

‘You hef to legs.’

Ik oefen heupbewegingen met zijn moeder. Een vrouw met vlechtjes en lange nepnagels. Elke nagel een andere kleur en een ander patroon. Ze laat ons haar foto in de Lonely Planet zien. Ze biedt aan die morgen voor ons te ondertekenen, maar we zijn niet echt fan van haar met haar strenge blik en dwingende maniertjes. Haar zoon is veel leuker en mèt humor.

‘With salsa the woman is most important.’ Dat klinkt veelbelovender dan het is, want ik voel me als vrouw niet zo belangrijk op Cuba. Het komt regelmatig voor, dat mensen alleen tegen Christian praten, zich alleen aan hem voorstellen, alleen hem een hand geven. De volgende avond gaan we door naar figuur vijf.

‘Look me, look me.’ We kijken naar hem en zien hem vijf draaien in een figuur proppen. Dat valt niet mee, zeker niet op snelle muziek.

‘Practise, practise, practise!’De blanke man met de dikke buik oefent ook nog steeds zwetend door met de twee Cubaanse vrouwen. In precies dezelfde outfit als gisteren.

Trinidad swingt. ’s Avonds live muziek op een pleintje met een paar barretjes, waar de Cubanen elke lege meter benutten om te dansen en elke seconde om te schreeuwen. Schreeuwen ze om boven de luide muziek uit te komen of is de muziek zo luis om boven de schreeuwende Cubanen uit te komen? Misschien is het een vicieuze cirkel en zal de Wereld Gezondheids Organisatie over tien jaar reizen naar Cuba afraden om trommelvliesredenen. Ik vermoed dat de CIA hier achter zit, om toerisme naar Cuba te ontmoedigen.

Op een erf tussen de kippen en de drogende was, zitten een paar mannen voor zichzelf uit te spelen en zingen. Overal is muziek. En in welk bed je ook ligt: het lijkt elke nacht tot een uur of drie of er een orkest voor je raam staat te spelen. In Trinidad tijdens een muziekfestival ging het door tot acht uur ’s ochtends. Leve de oordopjes van Air France!

We willen weer salsales. De eerste leraar komt niet opdagen. We vragen het in onze casa en een vriendin heeft wel een zoon die les kan geven. In Cuba kent iedereen wel iemand die iets kan doen of regelen. De les vindt plaats in een slaapkamer naast het bed van oma, waar ook een fiets geparkeerd staat. De jongen zweet nu al en veegt constant met zijn vingers zijn snotneus af. Ik verheug me erop met hem te dansen… Maar hij houdt tijdens het dansen mijn arm gevaarlijk hoog in de lucht. Vader loopt tussendoor even door de slaapkamer. Figuren vindt onze wanna-be-leraar maar onzin. Hij komt niet verder dan een stukje op volle snelheid voordoen en dan moeten wij het nadoen. Pasjes worden niet geoefend. Het dochtertje van drie komt, in T-shirtje en blote billen, onze vorderingen bekijken. Die ontbreken echter volledig. We oefenen een stukje twee of drie keer. Dan ergert onze quasi-leraar zich en dan gaat hij, of het ons soort-van is gelukt of niet, door met een ‘nóg makkelijker’ stukje. De hond komt binnen, staart ons aan en ziet: dit komt nooit meer goed.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *