Duidelijkheid

Thee: Theresa vraagt me of ik de komende week vanwege de vakantie wil reizen. Natuurlijk niet! Dan was ik niet nu hierheen gevlogen! Dan was ik pas een week later hierheen gekomen! Ik ben niet hierheen gevlogen om daarna weer twintig uur in een bus te zitten om ergens heen te reizen! (Het leven kan niet duidelijk genoeg zijn.) Ze vertelt me wat werkopties die ik nauwelijks begrijp (ze spreekt alleen Frans en Spaans), maar begrijp wel dat ze me er nu eentje wil laten zien. Met mijn hoofd in Nederland, Duitsland en Sucre (overal behalve hier) stap ik in haar Jeep. We rijden de halve stad door tot we op een roodstoffige zandweg op een heuveltop staan. Naast een groot gebouw en tuin die het woord ‘onderhoud’ nog nooit gehoord hebben. In een zéér volle ruimte worden we opgewacht door Gualberto. Twee tafels, pc, telefoon, tv én stereo tegelijk aan, boeken, bedden, een bank. Veel voller kan een ruimte niet zijn. Hij woont hier met zijn vrouw en vier kinderen. Teresa laat me bij hem achter. Hij vraagt of ik thee wil.

‘Ja!’ zeg ik enthousiast. Ik wil altijd thee. Van thee heb ik nooit genoeg! Thee is het beste vocht op aarde! (Het leven kan niet duidelijk genoeg zijn.)

Hij komt even later terug met heet water en cacaopoeder.

Boliviaanse lunch:Met Gualberto, die als een razende doorratelt in het Spaans, loop ik op mijn slippers door het zinderende stof (het heeft al zes maanden niet geregend) naar een schooltje voor kinderen met leerproblemen. Als ze ’s ochtends naar de gewone school gaan, dan komen ze ’s middags hier en andersom. We arriveren rond lunchtijd en nemen plaats aan een blauwe tafel op een blauwe houten bank in de kantine. Een paar kinderen zitten te eten en de rest rent rond. Ik krijg een glaasje ranja en een schaaltje eten. Pasta met hier en daar een verdwaald stukje geschaafde wortel, gesmolten zure kaas en gele stukken. Ik denk dat het een voor mij onbekende groente is. Ik proef drie stukken voor ik in de gaten heb wat het is (van duidelijkheid heb je nooit genoeg), omdat ik het niet voor mogelijk houd. Maar in dit land van de aardappel is alles mogelijk. Op het gebied van aardappels tenminste. Ik eet aardappel met pasta. Het vult wel.

Vies:Achter het schooltje lopen een paar meisjes rond met puppy’s, de ogen nog dicht. Ik krijg er gelijk één in mijn handen geduwd. Ik ga op een boomstam zitten en de meisjes, vol vlekken op de kleren en handen en benen onder het stof, gaan naast en aan me zitten. Ze vinden mijn groene haren erg interessant. Even later komt er ook een jongetje bij staan. Glimlachend laat hij me een rij rotte melktanden zien. Dan is het kennelijk tijd om de pups te tellen. Voor ik het weet zit ik met tien puppy’s op mijn schoot. Ik zie er inmiddels net zo stoffig en gevlekt uit als de rest. De pups worden nog een stuk of tien keer geteld (kennelijk weten de kinderen ook al dat je van duidelijkheid nooit genoeg kan hebben). Het zijn er iedere keer tien.

Boliviaans schaak:Ik verhuis naar het schoolpleintje. De 5-jarige Maria komt naar me toe met een plastic zak met een schaakspel erin. Ze vraagt me of ik het spel ken.

‘Ja,’ zeg ik, nietsvermoedend, maar al snel blijken de regels hier iets anders te zijn. Ik observeer nauwkeurig, ik heb van duidelijkheid tenslotte nooit genoeg, en kom zo achter de regels van Boliviaans schaak:

– de stukken mogen op elke plek van het bord starten, naar keuze van de spelers

– je mag alle stukken naar elke willekeurige plek op het bord verplaatsen

– je mag zowel met je eigen stukken spelen als met die van je tegenstander

– je mag zowel stukken van jezelf als die van de tegenstander slaan

Spannend:Ik drink drie glazen ranja voor ik me realiseer, dat ze die hier op een lokaal schooltje vast niet met mineraalwater aanlengen….

Chaos:Het schooltje heet ‘centro integral de adoyo pedagogico 12 de octubre’. Ik denk dat dat chaos betekent. Om twee uur begint de school weer. Om 14:10 zijn de meeste kinderen wel in de ‘kantine’ (het schooltje heeft maar één ruimte). In principe is het eerste uur bestemt voor huiswerk, maar er is niemand die controleert, aanmoedigt of helpt. Sommigen spelen buiten, anderen rennen rond, er wordt geschreeuwd. Kortom: de ideale omgeving voor een kind met leerproblemen.

Dan is het tijd voor Engels. Er wordt gevraagd wie er Engels willen leren. Er verzamelen zich negen kinderen voor me. Er komt een klein schoolbordje tevoorschijn die in een raamkozijn wordt gezet. We tellen van 1-20. Sommige woorden kunnen ze nauwelijks uitspreken. De chaos blijft. Als ik één een vraag stel, dan praten alle anderen. Ik heb er de hele middag geen kind, zij het zes, zij het twaalf jaar oud, langer dan tien minuten op zijn billen zien zitten. Na het Engels vegen wij het lokaal en gaan de kinderen buiten spelen. Er is geen volwassene die toezicht houdt en als er toevallig al een volwassene op het schoolplein staat, dan zegt die nergens iets van. Ook niet als een jongetje een kei naar het hoofd van een ander dreigt te gooien. Het gaat echter verbazingwekkend vaak goed.

Thee II:Na de les hoor ik het woord ‘thee’ vallen. Ik ben gelijk weer bij de les. Ik krijg een beker lauwe, zoete melk met witte en zwarte stukjes erin. Ik heb geen idee wat dat is, maar misschien kan ik over die stukjes ook maar beter geen duidelijkheid hebben. Ik doe mijn best, maar het lukt me niet om de beker te legen.Zuur: We gaan terug naar het grote huis waar ik zou kunnen wonen en een kamer voor mezelf zou kunnen krijgen. De kamer zelf kan ik niet zien, want hij heeft nu de sleutel niet. Het stinkt er naar zure melk, maar dat stinkt het hier bijna overal. En er ligt eendenpoep in de gang, maar het beeld van moedereend die met zes kleine eendjes door de gang waggelt maakt een hoop goed. Er wonen zeven jongens, alle zonder ouders, die begeleidt worden door Gualberto. Dat dacht ik tenminste begrepen te hebben, maar ik zie later ook een oude man door de gang schuifelen. Veel gebroken ruiten, muren zonder verf, doucheruimtes waarvan ik denk dat ze al tien jaar niet zijn schoongemaakt en waarvan ik hoop dat ze net zo lang ook al niet gebruikt zijn, maar vrees dat dat niet zo is. Een grote keuken met een fornuis half vol lege eierschalen. Een plek in de tuin om kleding te wassen: vier stenen wasbakken. De oude man staat er een groot stuk rauw dier in stukken te hakken. Dat ziet eruit als een hele hygiënische plek om kleren te wassen met louter koud water.

Plan:Gualberto laat me tenslotte vol trots het plan van het schooltje zien. Het is een plan dat bij ons niet zou misstaan met begroting, probleemstelling, doelstelling en middelen. Ik kan me op dit moment niet voorstellen dat het plan en het schooltje ook maar iets met elkaar te maken hebben.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *