Wachten is hopen

Met de bus van Sucre naar Tarija duurt zo’n 15-18 uur. Mijn keus is snel gemaakt: vliegen gaat sneller. Dus voor 32 Euro boek ik een ticket. Ze vragen me een uur van te voren aanwezig te zijn. Mijn vliegtuig vertrekt om 09:00.

Die ochtend verlaat ik om 06:45 het hotel om naar de bus te lopen. Voor ik instap vraag ik nog even aan de chauffeur of hij naar het vliegveld gaat.

‘Ja.’

Ik hobbel langs kale, rode stukken grond en loslopende varkens. Uiteindelijk parkeren we op een grindterreintje en iedereen stapt uit.

‘Waar is het vliegveld?’ vraag ik.

‘Daar zijn we allang voorbij!’

En bedankt hé…

Ik neem een andere bus terug. 07:45 ben ik op het vliegveld. Er lopen twee personeelsleden rond en een schoonmaker. Ik ga zitten wachten en zie hoe het vliegveld wakker wordt. Hoe personeel binnenkomt en overvolle winkeltjes geopend worden. Om 08:40 ga ik bij de infobalie vragen hoe het met mijn vlucht zit.

‘Die vertrekt om half tien. De incheckbalie zal zo wel open gaan.’

Even later komt er iemand naar me toe die me vertelt dat het toestel pas om elf uur vertrekt. Ik wacht verder in het restaurant dat er uitziet als kantine.

Om 10:30 check ik in. Ik leg mijn bagage op de grote weegschaal en de bediende in blauwe overal schuift aan de gewichten om het juiste gewicht van mijn koffer te bepalen. Ik heb overgewicht. Mijn rugzak ook. Een week geleden woog hij nog 18,5 kilo. Ik heb in Tarija een schriftje gekocht en wat kopietjes met Spaanse grammatica gekregen. Die zullen toch niet meer dan 1,5 kilo wegen? Maar dan blijkt dat ik maar tien kilo mee mag nemen… Prettig dat ze me dat op het reisbureau al even verteld hebben.

Ik vraag nogmaals hoe laat het vliegtuig vertrekt.

’11 uur precies.’

Om 11 uur vraag ik weer bij de infobalie of zij meer weet. (Het personeel van mijn luchtvaartmaatschappij is nergens meer te bekennen.)

‘Hij vertrekt om 12 uur. Denk ik,’ zegt ze.

Ik ga op het uitkijk platform staan wachten op het vliegveld van TAM, militaire luchtvaartmaatschappij.

De woorden ‘wachten’ en ‘hopen’ hebben in het Spaans dezelfde vertaling: esperar. Vroeger waren er twee woorden voor, maar sinds het bezoek van de beroemde Ernesto Diccionario (de beroemde schrijver van het eerste Spaanse woordenboek) aan Bolivia, heeft hij één van beide geschrapt. Wachten en hopen is hier hetzelfde.

Om half één vertrekken we. Met een uitklaptrapje zijn we het luxe vliegtuig ingestapt. Luxe want iedereen heeft een stoel aan het gangpad én aan het raam. Er zijn vijftien stoelen in het vliegtuig. Inclusief die voor de piloten en die voor de steward. Die deelt voor vertrek papieren zakjes uit. ‘Oorbescherming’ staat erop. Er zit in elk zakje een plukje watten. En die doe ik graag in, want het vliegtuig maakt een enorm lawaai.

Het is het kleinste vliegtuigje waar ik ooit in heb gezeten. Ik zit er met zwetende handen in, maar hou mezelf voor: Douchen in Bolivia is een stuk gevaarlijker dan vliegen.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *