Sinds een dag of twee…

Spaans: Ik ben een weekje in Sucre om Spaans te leren. Elke ochtend heb ik 2,5 uur les aan een groene plastic tuintafel in de kale woonkamer van de Boliviaanse Margot. Elke avond zit ik braaf mijn huiswerk te maken. 

’t is wel een beetje raar

32 jaar

zittend aan mijn huiswerk…

Sightseeing: Helemaal gratis! Als je ten minste vergeet op tijd uit de bus te stappen en vervolgens een uur lang door de buitenwijken van de stad wordt gereden. De twaalf cent voor de bus waren toch al betaald. Hoewel Bolivia het armste land van Zuid-Amerika is, slaat de armoede je hier nog niet om de oren. Overal redelijk wegen, stoepen en onderhouden gebouwen. In de buitenwijken alleen zonder stucwerk.

Crisis: Aan de hoeveelheden copyshops hier te zien, moet de Boliviaanse papierindustrie een van de rijkste in de wereld zijn. Dit leidt echter wel tot papiertekorten in andere sectoren. Zo zijn servetten schaars en zijn de servetten die uitgedeeld worden helften van oorspronkelijke servetten. De serveersters staan ze hangend tegen de bar in stukken te knippen.

Paradijs: Sucre is een waar eetparadijs. Het stikt er van de sfeervolle, schone resto’s met heerlijk eten. Vegetarische gerechten staan op elk menu. Ik lunch elke dag bij El German waar een blonde Duitse op witte sokken die in sandalen steken met vleesloze gerechten tovert. 1,20 euro voor een voor-, hoofd- en nagerecht met een glaasje sap. Je moet wel eten wat de pot schaft. Lunches zijn de deals in Bolivia. ’s Avonds betaal je voor hetzelfde eten á la carte drie keer zoveel.

Maskers: In een donkere zaal met spotjes op de maskers leer ik een beetje over de Boliviaanse danscultuur. Primitieve maskers van nauwelijks bewerkt hout met een paar sprietjes haar tot kleurrijke gedetailleerde kunstwerken. Maskers van Spanjaarden waar in dansen tegen ‘gevochten’ wordt. Maskers van dieren en duivels. Hoogtepunt is een enorm masker van 6-7 kilo met voorop een kikker, die staat voor goede opbrengsten van het land. Een gelukkige moest daar drie dagen mee ronddansen zonder pauze, eten en drinken. Meestal stierf hij hieraan. Dit bracht dan geluk voor de landbouw.

Bloed: Sinds ik hier ben, komt er elke dag een beetje bloed uit mijn neus. Ik heb me laten wijsmaken, dat dat door de hoogte komt. Of dit zo is, zal moeten blijken als ik straks in het ‘lage’ Tarija ben.

Taal: Ik schrijf in het Nederlands. Ik praat met toeristen in het Engels. Ik schrijf en praat in het Duits. Ik leer, hoor en zou moeten praten in het Spaans. Ik weet niet wat er over een tijdje nog uit mijn mond komt. Waarschijnlijk een soort zelf gefabriceerde Esperanto.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *