Wit en smoezelig

Is het niet wonderlijk dat, hoe oud we ook zijn of hoeveel we ook gezien hebben, we altijd weer bij leren? Zo weet ik nu dat het niet handig is om met natte handen aan een elektrische douchekop te zitten. Afgezien van koude douches is het hotel met schone, grote kamers prima. Maar voor drie euro per nacht inclusief ontbijt is het al snel goed. Op de spiraalbodem van mijn bed liggen stukken karton en als ik me beweeg klinkt het alsof iemand een hele rol folie verkreukelt. Maar voor drie euro per nacht…Ik ben nog geen tien minuten in Sucre of de taxichauffeur vertelt me vol trots dat Sucre de eigenlijke hoofdstad van Bolivia is en niet La Paz. Volgens de reisgids zou me dit ook verteld worden. Prettig als een reisgids up-to-date is.

Onder strak blauwe luchten bij 22 graden rijden we langs biggetjes en een koe naar het stadje tussen de bergen. We kletsen wat over het weer. Wat klinkt dat ongelofelijk stoer! ‘Kletsen’ met een Spaanstalige! Maar veel verder dan het weer kom ik niet. Behalve dan vragen wat iets kost. Dat leer ik in elke taal het snelst. Zou dat voor iedereen gelden of alleen voor Hollanders?

Sucre wordt ook wel de ‘witte stad’ genoemd. Hier geen pilaren maar witte, kolossale, koloniale gebouwen. De stad heeft vele namen, maar de echte naam heeft ze te danken aan generaal Sucre die een belangrijke slag tegen de Spanjaarden won en die bijdroeg aan de onafhankelijkheid. In 1825 werd ‘hoog Peru’ het onafhankelijke Bolivia. Bolivar, die half Zuid-Amerika van de Spanjaarden bevrijdde, werd de eerste president. Sucre de tweede en Santa Cruz de derde. Al deze wijsheden doe ik op het in het ‘Casa de la Libertad’ waar de onafhankelijkheidsverklaring werd getekend. En waar het vol hangt met portretten van oud presidenten en andere notabelen. Alle opvallend blank.

Zondagochtend op het centrale plein annex park met palmbomen en keurige perkjes die in een Engelse tuin niet zouden misstaan. Met het geluid van de plaatselijke schoolfanfare op de achtergrond kijk ik mensen. Hippe, felroze trainingspakken, tieners in spijkerbroeken, oude mannen in overhemd, rijke kinderen op fietsjes met ijsjes, bedelende Indianenvrouwen en smoezelige bedelende meisjes. Het woord ‘smoezelig’ is hier uitgevonden. Ik kan me het woord ‘smoezelig’ alleen bij deze kinderen voorstellen. Ik kan me bij deze kinderen geen ander woord voorstellen. Zwarte vegen in bruine gezichten, en vuil op de gerafelde kleren waar nog net geen gaten inzitten. Zwarte handen met rouwranden en ongekamd haar. De rijke Boliviano’s geven regelmatig. Later lees ik dat er een organisatie bestaat die oudere vrouwen kost en onderdak biedt als ze gaan bedelen. De smoezelige kinderen worden er door de organisatie bijgeleverd. De jongens werken hier voor hun geld. Met hun houten doosjes spreken ze iedereen drie keer aan met het aanbod voor tien cent je schoenen te poetsen. De jongen die de schoenen van mijn buurman poetst, met zijn Chicago Bulls T-shirt aan, is twaalf jaar en verdient een euro per dag.

Met uitzicht over de stad en de bergen kletst ik op een pleintje nog een beetje met een plaatselijke Boliviano. Hij geeft me een waarschuwing mee: Ga hier niet bij de Chinees eten! Het is er niet schoon en je zult er zeker ziek worden! Een Chinees restaurant dat niet schoon is… wie had dat gedacht?

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *